Tauhied (eenheid van allah)

Waarom we geloven in slechts één God. “Als we aannemen dat er meerdere Goden zijn in het heelal, wat is dan hun onderlinge status? Als ze allen gebrekkig zijn en afhankelijk van hun samenwerking in de schepping van de wereld, dan kunnen we geen van hen god noemen, omdat ze zelf elkaars hulp nodig hebben. Als één van hen almachtig is en de anderen zijn hulp nodig hebben, dan hoeft degene die almachtig is, de anderen niet te laten delen in de schepping van deze wereld, omdat hij dit alleen kan doen. Als allen gelijke macht en rechtsbevoegdheid hebben, is het natuurlijk en onvermijdelijk, dat er verschillen tussen hen zijn.

Definitie Tauhied

Tawhied, betekent letterlijk ‘één maken’ en omvat de eerste helft van de sjahada. Het woord wordt binnen de islam gebruikt om de ‘eenheid van God’ en het monotheïsme mee aan te duiden. God is daarmee een: volkomen ondeelbaar, volledig uniek en volstrekt ondefinieerbaar. Wikipedia

Wanneer dan een god het opneemt tegen een andere, zal vernietiging van de wereld daarvan het gevolg zijn. Laten we echter aannemen dat ze het altijd met elkaar eens zijn en het hele systeem van het heelal bestaat door hun verbond, wordt dan voor de creatie en het onderhouden van de wereld de macht van allen gebruikt of slechts van één van hen? Wanneer slechts de macht van één nodig is, zijn de anderen in feite overbodig. Deze andere goden, die kracht hebben die niet gebruikt wordt, zijn onnuttig en waardeloos. Wanneer ze samen hun krachten gebruiken, dan is het de vraag of ze het onafhankelijk van elkaar ook kunnen, zo niet, dan zijn ze in feite slap en machteloos. Wat tegenstrijdig is met de soevereiniteit van God. Als ieder van hen alleen kan doen, en desondanks alles samen doen, is dat verspilling en ongepast vertoon van macht en intentie, getuigend van domheid.”

Hoe dan ook, als we erkennen dat er één Maker is van het heelal, één Almachtige Schepper, dan is het onlogisch om aan te nemen dat er meerdere scheppers zijn.
Ismail Haqqi (rahimahu allah, schrijver an de 20-delige tafsier “roohul bayaan”) schreef: ” Als twee harten en twee zielen niet in een lichaam kunnen wonen, en een zonnestelsel geen tweede zon tolereert, dan kan er geen God zijn in de hemelen of op aarde dan Allah, de Allerhoogste, de Ongeëvenaarde”.

In Surah al-Muminun 23 : 91 staat:
“Allah heeft Zich geen zoon genomen, noch is er enige god naast Hem, anders zou elke god bij zich houden wat Hij schiep, en sommigen hunner zouden zeker anderen hebben overwonnen. “

Kenmerken van Allah (soebahanahu wa ta´ala)

In het bovenstaande zijn al veel van Allah’s capaciteiten en eigenschappen genoemd.

Hieronder volgt nog een opsomming:

-Allah is één: alles is van Hem afhankelijk, maar Hij is van niets afhankelijk (112:1)

-Allah is eeuwig: Hij is, Hij was en Hij zal altijd zijn (112 : 2)

-Allah heeft geen ouders, kinderen of familie (112 : 3)

-Allah is uniek in wezen (kern) en in kenmerken

-Niemand is Zijn gelijke in rechten of krachten (112: 4)

-Allah bestaat zelfstandig en is zelf voorzienend. Hij heeft niemand nodig om Zijn gezag vast te stellen (29 : 6)

-Er is niets dat buiten Allah omgaat, of buiten Zijn bereik of macht ligt. Hij is Alomvattend en Alwetend.

-Allah is alom aanwezig. Hij waakt over alles; niets blijft voor Hem verborgen in de hemelen of aarde. Hij is de Weter en Kenner van het onzichtbare en verborgene. Hij kent de gedachten en intenties van de mens. Hij kent het verleden, heden en de toekomst (6: 59′ 17 : 25, 21 : 4).

-Allah staat boven fouten, zwakheden of tekortkomingen, Hij is perfect.

-Allah is de bron van al het goede; alle reine pure en geprezen namen en kenmerken behoren Hem toe (7 : 180).

-Het onvoorstelbaar uitgestrekte universum om ons heen, met miljoenen sterren en planeten, is niet zomaar vanzelf ontstaan, vanuit een chemische reactie of keten van reacties, maar is door Allah geschapen volgens Zijn ontwerp en wil. Allah alléén is de Meester en de Beheerder. Het functioneren van alles in het heelal staat rechtstreeks onder Zijn controle.

-Allah is de Maker van alles in het heelal. Niets is vanzelf tot stand gekomen en alles. is afhankelijk van Allah voor het (voort) bestaan. Allah is de Onderhouder en Verzorger van alles. Hij laat voortbestaan wat Hij wil en Hij laat vergaan wat Hij wil (2 : 22, 6 : 102).

-Allah is de Heerser van het hele heelal. Alle gezag komt van Hem. Alles functioneert zoals Hij wil. Hij heeft niemand nodig om Hem te helpen met het beheer van hemelen en aarde. Noch is er iemand die enige werkelijke macht bezit buiten Allah (16 : 80-82).

-Allah is Rechtvaardig, Alwetend en Wijs.

-Allah beslist wat Hij wil, Hij is niemand verantwoording schuldig (21 : 23).

-Alle besluiten van Allah zijn gebaseerd op wijsheid en rechtvaardigheid. Hij zal ieder mens naar daden belonen of straffen. Hij zal niemand beloning onthouden of onnodig straffen (77 : 33).

-Alleen Allah kan iets wettig of onwettig verklaren. Zijn wetten moeten onvoorwaardelijk gevolgd worden.

-Allah is de bron en het centrum van alle Kracht. Er bestaat geen kracht buiten de Zijne. Niets kan leven of functioneren zonder dat Allah het wil. Geen mens, engel, geest of wat voor schepsel, hoe machtig ook, heeft enige werkelijke macht vergeleken met de onuitputtelijke Kracht van Allah.

-Leven en dood zijn volledig in Allah’s ‘Hand’. Hij geeft leven aan wie Hij wil en Hij brengt de dood bij wie Hij wil. Niemand kan iemand doden waarvan Allah bepaald heeft dat hij zal leven, of iemand in leven houden waarvan Allah bepaalt heeft dat hij zal sterven (67 : 2).

-Alleen Allah kan leiding geven. Niemand kan misleiden wie Hij recht leidt of leiden wie Hij Zijn leiding ontzegd heeft (2 : 272, 30 : 29, 39: 37. 64 : 11).

-De ‘schatkamers’ van alles zijn bij Allah. Niemand kan een ander met iets verrijken of hem iets afnemen, als Allah dat niet wil. Dit geldt voor geld en rijkdom, maar ook voor bijvoorbeeld kinderen. Het al dan niet krijgen van kinderen ligt in Allah ‘ s Hand, Hij geeft alleen dochters, zonen, beide of geen kinderen aan wie Hij wil.

-Het geven van voordeel. winst of het toebrengen van verlies is geheel aan Allah. Niemand kan een ongeluk afwenden of een voorbestemd goed leven tegenhouden. zonder dat Allah het wil. Niemand behalve Allah kan iemand begunstigen of benadelen.

-Alleen Allah is het waard om aanbeden en geliefd te worden. We moeten proberen Zijn gunst te zoeken. Alle liefde voor andere dingen moet zijn ter wille van Allah. Liefde voor Hem moet alle andere (wereldse) liefde overheersen (36 : 61).

-Buiten Allah moeten we niemand aanbidden, adoreren etc. Alleen voor Hem moeten we buigen in nederigheid, alleen tot Hem moeten we bidden en onze dank en dienstbaarheid uiten (5 :74-76. 6 : 107).

-Allah houdt van Zijn schepselen: wanneer zij oprecht berouw hebben, accepteert Hij hun berouw, vergeeft hen en is Genadig en Barmhartig ( 29 : 7 ).

Effect van Tauhid op ons dagelijks leven

Wanneer we zo ver zijn gekomen dat we in één God geloven, wat zijn we er dan mee opgeschoten? Wat voor effect kan dit geloof op ons hebben?

1. Iemand die gelooft in Tauhid, gelooft in één God die de Maker van de hemelen en aarde is, de Meester van oost en west en de Onderhouder van het hele universum. Na dit geloof beschouwt hij niets in de wereld als vreemd of vijandig; alles in dit heelal behoort immers aan dezelfde Meester aan wie hij zelf toebehoort. Hij is geen patriot in zijn gedrag of denken, d.w.z. zijn sympathie, liefde en werk zijn niet gebonden aan een bepaald land, gebied of groep mensen, zijn gezichtsveld verruimt zich, net als het koninkrijk van Allah. Hoe kan een atheïst, polytheïst of iemand die in afgoden gelooft zo’n ruim blik krijgen?

2. Dit geloof geeft de mens de hoogste vorm van zelfrespect en eigenwaarde. De gelovige weet, dat Allah alleen in het bezit is van alle Macht, en dat niemand buiten Allah iemand kan begunstigen, kwaad doen, in zijn behoeften voorzien, leven geven/nemen of invloed uitoefenen. Daarom is hij in feite nooit afhankelijk van iemand buiten Allah, en maakt deze overtuiging hem voor onafhankelijk van en onbevreesd voor alle machten anders dan die van Allah.

3. Dan is er het besef, dat al ons bezit van Allah komt, die kan geven en nemen zoals Hij wil. Daarom zal een gelovige minder aan wereldse macht en weelde hechten, omdat hij weet dat al wat hij bezit, hem door Allah gegeven is, en dat Allah dit ook weer kan afnemen, zonder dat hij daartegen iets kan doen. Dit in tegenstelling tot een ongelovige die meent dat alles wat hij bereikt slecht aan zichzelf te danken is.

4. Dit geloof maakt iemand deugdzaam en oprecht. Hij heeft de overtuiging dat er geen andere weg is om succes en heil te bereiken, dan reinheid van ziel en oprecht gedrag. Hij gelooft in Allah, die boven alle behoeftes staat, aan niemand verwant is, absoluut rechtvaardig, en niemand heeft enige invloed op de uitoefening van Zijn Goddelijke Macht. Dit geloof geeft de mens het bewustzijn dat hij alleen kan slagen als hij goed leeft en rechtvaardig handelt, omdat alleen dan Allah hem zal steunen. Omkoperij, stiekeme daden of andere onrechtmatige handelingen kunnen nooit van blijvend voordeel zijn, omdat hiermee alleen lagere machten bereikt kunnen worden, en nooit Allah zelf, die hier ver boven staat. In tegenstelling hiermee leven ‘kafirs’ (ongelovigen) en ‘mushriks’ (polytheïsten) altijd op valse hoop. Sommige geloven dat Gods zoon voor hun zonden geboet heeft, anderen denken dat ze Gods uitverkoren volk zijn en niet gestraft zullen worden. Ook zijn er, die offers brengen aan hun afgoden en denken, dat deze ‘omkoperij’ hen een vrijbrief geeft voor immoreel gedrag en slechte daden. Atheïsten geloven niet in enige soort god of wezen dat macht over hun uitoefent, en hun begeertes worden hun goden; ze leven als slaaf van hun eigen verlangens.

5. De gelovige wordt onder geen omstandigheid vertwijfeld, moedeloos of door verdriet gebroken. Het geloof in Allah, Meester en Onderhouder van hemel en aarde, met onbegrensde Krachten en eindeloze Milddadigheid en Genade, versterkt het hart en vervult ons met tevredenheid, berusting en hoop. Wanneer alles tegenzit, iemand door iedereen afgewezen wordt etc., blijft alleen het geloof in Allah en hieruit put hij kracht om verder te gaan.
Dit is de steun in tijden van problemen en tegenslag. Uit statistieken blijkt bijvoorbeeld, dat het percentage zelfmoord onder Moslims zeer klein is, terwijl vele ‘westerse’ landen een hoog zelfmoord percentage hebben (zelfs ‘onder kinderen loopt dit percentage schrikbarend op). (Naast de steun die het geloof in Allah in tijden van moeilijkheden biedt, is het respect van de Moslim voor de schepping misschien als tweede reden hiervoor aan te wijzen).

6. Dit geloof resulteert in vastberadenheid en vasthoudendheid aan en vertrouwen in Allah. Wanneer een gelovige zijn daden en bezit in dienst van Allah stelt, weet hij dat Allah hem steunt en helpt. Dit geeft een kracht die een ongelovige nooit uit zijn levensovertuiging kan putten.

7. Het maakt de mens moedig. Er zijn twee dingen die de mens laf maken namelijk:
1. gehechtheid aan veiligheid en angst voor de dood
2. het idee dat men met bepaalde middelen de dood kan afweren, omdat er dingen zijn buiten God, die leven kunnen wegnemen.

Het eerste vervalt voor de Moslim, omdat hij weet dat zijn leven en bezit Allah toebehoren, en dit ook graag aan Allah zal teruggeven. Het tweede vervalt, omdat hij weet dat er geen wapen, mens of dier is, dat hem het leven kan benemen, indien Allah dat niet wenst. Ongelovigen daarentegen houden het meest van hun leven en menen, dat ze aan de dood kunnen ontkomen, als een vijand hen bedreigt, door weg te lopen.

8. Het geloof in een God vermindert jaloezie, hebzucht, afgunst, gierigheid, etc., omdat de gelovige weet, dat alles van Allah komt. Eer, macht, reputatie en autoriteit zijn onderworpen aan Allah’s wil. Hij deelt dit uit zoals en aan wie Hij wil.
De mens kan slechts het door Allah gegevene op een bepaalde manier gebruiken. Hoe anders wordt de levenshouding van iemand die denkt, dat succes en falen in eigen hand liggen of tot op zekere hoogte afhankelijk zijn van aardse machten (die natuurlijk te manipuleren of om te kopen zijn).

9. Heel belangrijk is, dat men Allah’s wetten gehoorzaamt, een gelovige weet dat Allah ook verborgen dingen ziet, zelfs onze gedachten en bedoelingen weet. We kunnen veel voor onze medemensen verbergen, maar niet voor Allah. Een oprecht geloof in de ene, Alomtegenwoordige God, die ons nader is dan onze halsslagader, zal iemand van het kwade afhouden. Hoe kan men zondigen als er iemand is, die altijd toekijkt?

De bovengenoemde punten geven vaak een ‘ideale situatie’ weer: oprecht en onvoorwaardelijk geloof in één God. Voor sommigen lijkt dit ideaal misschien moeilijk te bereiken. Dat betekent echter niet, dat we moeten berusten in onze onvolmaaktheid en ons onvolmaakt geloof, het is er om nagestreefd te worden. Wanneer we bewust proberen te leven, zien we dagelijks om ons heen de vele tekenen van Allah:
In de natuur, maar ook in vele kleine gebeurtenissen in ons dagelijks leven. Dit kan alleen maar ons geloof versterken, en de effecten van dit versterkte geloof kunnen zijn als een zaadje, waaruit een boom groeit.
Van deze boom kunnen we de vruchten plukken, maar als Moslim is het ook onze plicht, de vruchten met anderen te delen, d.w.z de boodschap van de Islam te verbreiden.

Tauhid is de basis van Islam. Het leidt ons op de ‘Sirat-al-Mustaqiem’, de rechte weg. Het werkelijk erkennen van de éénheid van Allah leidt ook tot éénheid in ons leven. Eénheid in het gezin en éénheid van alle Moslims.

Amien

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top